Neem even een time-out!

Belangrijke wijzigingen in het spelreglement per seizoen 2018/2019

Met ingang van het seizoen 2018/2019 zijn er een aantal spelreglementen gewijzigd. Hieronder een kort overzicht.

  1. Speelduur veldwedstrijden senioren en junioren verkort
    De speelduur van een veldwedstrijd voor junioren en senioren is per seizoen 2018/2019 verkort naar twee keer 30 minuten (in plaats van twee keer 35 minuten).
  1. Time-out voor alle teams in het top- en wedstrijdkorfbal
    Vanaf seizoen 2018/2019 is het voor alle teams in het top- en wedstrijdkorfbal mogelijk om een time-out aan te vragen. Per team heb je per wedstrijd twee time-outs. Zie onderaan dit bericht voor meer informatie hierover.

Voor teams die in het top- en wedstrijdkorfbal uitkomen is het nog van belang om te weten wanneer een wissel officieel is aangevraagd en wordt geregistreerd. Zie onderaan dit bericht voor meer informatie hierover.

Mochten er nog vragen zijn over de wijzigingen, neem dan contact op met de Arbitragecommissie.

Namens de Arbitragecommissie

Robin


Voor het aanvragen van een time-out geldt het volgende:

  • Bij wedstrijden zonder schotklok is de time-out formeel een feit zodra de scheidsrechter – na het tijdens een spelonderbreking op de voorgeschreven wijze aanvragen van een time-out door de coach – het in de spelregel beschreven scheidsrechtersgebaar voor het toestaan van een time-out heeft gegeven. Tot dat moment kan de coach zijn aanvraag ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de scheidsrechter genoemd gebaar heeft gemaakt, wordt de time-out als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit de time-out niet te gebruiken. Is dit laatste het geval, dan heeft de andere ploeg het recht de tijd, die voor een time-out staat, te gebruiken voor nader overleg.
  • Bij wedstrijden met een schotklok vraagt de coach tijdens een spelonderbreking bij de juryvoorzitter op devoorgeschreven wijze een time-out aan. Vervolgens gaat de juryvoorzitter staan en steekt een kaart metdaarop een voor iedereen goed leesbare T of TO omhoog, waardoor de time-out formeel een feit is. De scheidsrechter maakt vervolgens het voorgeschreven scheidsrechtersgebaar. Tot het moment, dat de juryvoorzitter de kaart omhoog steekt, kan de coach zijn aanvraag ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de juryvoorzitter de kaart omhoog heeft gestoken, wordt de time-out als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit de time-out niet te gebruiken. Is dit laatste het geval dan heeft de andere ploeg het recht de tijd, die voor een time-out staat, te gebruiken voor nader overleg.

 Voor het aanvragen van een wissel geldt het volgende:

  • Bij wedstrijden zonder schotklok is de vervanging formeel een feit zodra de scheidsrechter – na het op de voorgeschreven wijze melden van een vervanging door de coach – het in de spelregel beschreven scheidsrechtersgebaar voor het vervangen van een speler heeft gemaakt. Tot dat moment kan de coach de melding ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de scheidsrechter genoemd gebaar heeft gemaakt wordt de vervanging als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit niet te vervangen.
  • Bij wedstrijden met een schotklok meldt de coach de vervanging bij de juryvoorzitter met een formulier, waarop de gegevens van de vervanger en de te vervangen speler zijn vermeld. Vervolgens gaat de juryvoorzitter tijdens een spelonderbreking staan en steekt een kaart met daarop een voor iedereen leesbare V of een W, dan wel met twee horizontale, tegengesteld wijzende pijlen omhoog, waardoor de vervanging formeel een feit is. De scheidsrechter maakt dan het voorgeschreven scheidsrechtersgebaar. Tot het moment van het opsteken van de kaart door de juryvoorzitter kan de coach de melding ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de juryvoorzitter de kaart heeft opgestoken wordt de vervanging als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit niet te vervangen.