Er zit een denkfout in die hardnekkiger is dan een versleten kunstgrasveld op de Woerd: dat het korfbalseizoen eindigt zodra de lichten van Ahoy Rotterdam doven. Alsof daar het laatste fluitsignaal klinkt voor alles wat deze sport maakt tot wat het is. Alsof de ziel van korfbal zich laat vangen in één finale, hoe prachtig ook.
Nee.
De echte ruggengraat van het korfbal ligt niet onder dat dak van staal en spektakel in Rotterdam, maar buiten. Op die velden waar alle fietsen schots en scheef door elkaar staan, de wind altijd net verkeerd staat. Waar ouders en vrienden vroeg in de ochtend langs de lijn staan met filterkoffie die gister nog was gezet is en opmerkingen die net te scherp zijn voor het tijdstip. Waar teams weer beginnen, opnieuw bouwen, elkaar weer zien. Want naast inkomsten, naast prestaties, naast promotie of degradatie, is er iets wat niet in cijfers te vangen is: ontmoeten. Elkaar zien. Samen lachen, samen zijn even een wereld zonder zorgen, onze eigen bubbel en gelukkig met een warm voorjaarszonnetje einde van de dag.
Daar begint en eindigt het seizoen pas écht.
Dus als korfballers of coaches beweren dat het “klaar is na Ahoy”, dan is het misschien goed om even stil te staan. Of beter: door te lopen. Richting veld 3, op een winderige zaterdag, waar de cultuur van deze sport elke week opnieuw wordt geschreven.
En cultuur, dat is een mooi woord. Maar ook een kwetsbaar woord.
Want ergens, tussen interviews en krantenkoppen, dook er een geluid op van iemand bij DVO/Transus dat meer leek op oud zeer dan op nieuw inzicht. Rancune verpakt als reflectie. Dat kan gebeuren. Iedereen struikelt wel eens over zijn eigen verleden. Maar dankbaarheid vergeten is een keuze. Dankbaarheid voor het geluk van een blessure bij de ander. En misschien is het soms sterker om niets te zeggen en gewoon beter te worden. Tegenslagen zijn geen vijanden, het zijn leermeesters.
Winnen en verliezen doen iets met mensen. Met sporters, maar zeker ook met alles daaromheen. De één verliest en analyseert. Eerlijk. Hard. En groeit. De ander verliest en zoekt. Naar excuses, naar oorzaken buiten zichzelf, naar iets om het gevoel te verplaatsen. En soms steeds vaker, lijkt het, slaat dat door. Kijk maar naar het voetbal, waar verlies soms wordt vertaald naar vuur en vernieling. Vechtpartijen. Waar emotie geen uitlaatklep meer is, maar een lont.
Waar is de waardigheid gebleven?
Waarom kunnen we niet gewoon stil treuren en zacht huilen? Een handdoek over je gebogen hoofd.
Sport is geen script met gegarandeerd succes. Het is strijd. Het is falen. Het is nét niet. Michael Jordan speelde vijftien seizoenen in de NBA en won zes titels. Waren die andere jaren verloren tijd? Natuurlijk niet. Dat waren de jaren waarin hij leerde, viel, opstond en weer doorging.
En dat zien we ook dichter bij huis.
Fortuna was de beste van het seizoen, maar die titel telt niet echt.
DVO/Transus pakte terecht de zaaltitel. Scherp, op tijd, volwassen.
Blauw-Wit (Amsterdam) degradeerde, maar wel met opgeheven hoofd.
Rodenburg sprak niet, maar deed. Mentaal van staal. Gewoon een knap staaltje werk.
DSC zat erdoorheen, maar komt terug. Ambitie slijt niet. Eindhoven de gekste.
En ja, Ahoy blijft het hoogtepunt. Elk jaar weer. Maar het is niet het einde. Het is een tussenstation. Een herinnering aan hoe mooi het spel kan zijn, hoe mooi dit zaalseizoen was en een uitnodiging om dat weer mee te nemen naar buiten en nog lang over na te praten.
Naar het veld. Naar elkaar.
Want daarbuiten, langs lijnen die nooit kaarsrecht lopen, zit het echte verhaal. Die scheve lijnen zijn geen fout, ze zijn de waarheid. Want geen mens, geen sporter, geen team, groeit in een rechte lijn omhoog. Het is vallen, opstaan, een omweg nemen, soms stilstaan en dan weer versnellen als niemand het verwacht.
Kus, AvdP








